In het kort

  • De meeste kinderen worden zindelijk tussen achttien maanden en vijf jaar. Het is geen wedstrijd.
  • Niet de kalender bepaalt wanneer je start, maar de signalen van je kind. Die staan hieronder op een rij.
  • Onderaan lees je wat je doet als het niet vlot gaat, en vanaf welke leeftijd hulp vragen zinvol is.

Zowat elke ouder krijgt de vraag ooit voorgeschoteld, meestal net iets te vroeg en meestal door iemand anders: is hij al zindelijk? Je kind zindelijk krijgen voelt daardoor snel als iets wat je moet halen, met een deadline die de school, de opvang of de buurvrouw voor je bepaalt. Dat is precies de omgekeerde volgorde. Zindelijkheid is een ontwikkelingsstap, geen taak die je afwerkt.

Hieronder zetten we op een rij wat we in onze workshop over zindelijkheid en potjestraining vertellen: wanneer je kind eraan toe is, hoe je begint, en wat je doet als het vastloopt.

Wat bedoelen we eigenlijk met zindelijk?

Zindelijk zijn is meer dan een droge broek. Het is een pakketje van vier vaardigheden die je kind moet leren combineren: zelfstandig naar het toilet gaan, ondergoed dragen, gecontroleerd kunnen ophouden en uitstellen en dan pas ledigen, en dat doen op een plek die daarvoor bedoeld is.

Die stappen komen bovendien niet tegelijk. De volgorde is bijna altijd dezelfde: eerst zindelijk voor stoelgang ’s nachts, dan voor stoelgang overdag, dan voor plassen overdag, en als laatste voor plassen ’s nachts. Dat je kind al maanden droog is overdag en toch nog een luier nodig heeft in bed, is dus geen achterstand. Het is de normale volgorde. De blaas en de controle erover zijn pas volledig uitgerijpt rond vier jaar.

18 m tot 5 j

het venster waarin ongeveer 85% van de kinderen zindelijk wordt

21 tot 24 m

de leeftijd waarop ouders vandaag gemiddeld starten, een half jaar later dan een generatie geleden

Wanneer is je kind eraan toe?

Je kind geeft twee soorten signalen. De eerste soort zegt dat het lichaam er klaar voor is:

De tweede soort zie je op het moment zelf. Kijk eens wat je kind doet vlak voor het plast of stoelgang maakt: het stopt plots met spelen, staat even stil, legt een hand tussen de benen, of trekt een gezicht dat je meteen herkent. Wie die momenten leert zien, weet wanneer het potje aanbieden zin heeft en wanneer je alleen maar een boze peuter op een potje zet.

Zonder interesse van het kind zelf begin je beter niet. Motivatie is de motor; zonder die motor duw je alleen maar.

peuter bij een plaskalender aan de muur en een prentenboek over zindelijk worden
Boekjes en een kalender aan de muur doen meer werk dan uitleg. Kinderen leren dit door te imiteren.

Waarom later starten niet vanzelf makkelijker is

Kinderen worden later zindelijk dan een halve eeuw geleden. Daar zijn goede verklaringen voor: wegwerpluiers geven nauwelijks nog een nat gevoel en zitten zo comfortabel dat een kind geen enkel ongemak ervaart, beide ouders werken vaker, en over het onderwerp circuleert intussen zoveel tegenstrijdig advies dat afwachten de veiligste optie lijkt.

Afwachten is alleen niet neutraal. Onderzoek dat kinderen jarenlang volgde, ziet een verband tussen laat starten en meer moeite later. Drie drempels komen terug:

Belangrijke nuance: dit zijn verbanden, geen bewijs dat het ene het andere veroorzaakt. Een kind dat op zijn vierentwintigste maand nog geen enkel signaal geeft, ga je niet forceren omdat een studie dat zegt. Wat deze cijfers wel doen, is de gedachte ontkrachten dat wachten altijd de veilige keuze is. Zodra de signalen er zijn, is er geen reden om nog een seizoen over te slaan.

Zo begin je

Niet straffen, en geen boze reactie na een ongelukje. Dat is niet alleen vervelend voor je kind, het werkt ook averechts. Prestatiedruk maakt een kind gespannen op het potje, en spanning zorgt voor gespannen bekkenbodemspieren. Net op het moment dat het moet ontspannen. Merk je dat de motivatie helemaal weg is, zet de training dan een tijdje on hold. Forceren leidt tot latere zindelijkheid, niet tot snellere.

Als het niet zo vlot gaat

Geeft je kind weerstand of heeft het er duidelijk geen zin meer in, laat dan los en probeer over enkele weken opnieuw. Is er angst in het spel, voor het potje zelf, voor het gat in het grote toilet, of voor de pijn van een harde stoelgang of een blaasontsteking, dan pak je eerst die angst aan. Geef tijd, lees boekjes, laat je kind desnoods zijn behoefte in de luier doen en giet die daarna samen in het toilet.

Twee dingen die vaker het probleem zijn dan ouders denken. Te weinig drinken: reken ongeveer dertig milliliter per kilogram lichaamsgewicht per dag, en werk met een vast glas water bij elke maaltijd en bij elke pauze. Laat je kind zelf een leuke beker kiezen. Een blaas die nooit goed vult, leert ook niet goed leegmaken. En de houding op het toilet: een voetenbankje, zodat de knieën hoger staan dan de heupen, en dan ontspannen in plaats van persen. Niet gehaast.

Wanneer je hulp vraagt

Bij ons in de praktijk begeleiden Elien en ik deze trajecten. We werken met plas- en drinkkalenders, met educatie over plassen en stoelgang op kindermaat, met de coördinatie van de bekkenbodem en waar nodig met biofeedback. Wat zo’n traject precies inhoudt, lees je op de pagina over zindelijkheid bij kinderen.

Zelf aan de slag met het p(r)otjespakket

Niet elk kind heeft een traject nodig. Voor wie thuis wil starten of net begonnen is, stelden we het p(r)otjespakket samen: het materiaal en de aanpak die we ook in de praktijk gebruiken, met uitleg voor ouders erbij. Loopt het na een paar weken toch vast, dan is een afspraak nog altijd de volgende stap.

Liever eerst even overleggen? Bel de praktijk op 015 63 88 63 of stuur een bericht naar [email protected].

Ellen Van Camp, kinesitherapeut en oprichter van Kine 2Care

Ellen Van Camp

Kinesitherapeut en oprichter van Kine 2Care in Bonheiden, sinds 2014. Zij draagt de bijzondere bekwaamheid in pelvische reëducatie en perinatale kinesitherapie en begeleidt in de praktijk kinderen met zindelijkheids-, plas- en stoelgangproblemen.

Dit artikel is gebaseerd op de workshop zindelijkheid en potjestraining die Kine 2Care organiseert samen met kinesitherapeut Leen Vanseuningen.

Bronnen

  • Bakker E., Wyndaele J.J. Changes in the toilet training of children during the last 60 years: the cause of an increase in lower urinary tract dysfunction? BJU International, 2000. PMID 10930924.
  • Blum N.J., Taubman B., Nemeth N. Relationship between age at initiation of toilet training and duration of training: a prospective study. Pediatrics, 2003. PMID 12671117.
  • Joinson C. e.a. A prospective study of age at initiation of toilet training and subsequent daytime bladder control in school-age children. Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics, 2009. PMID 19827219.
  • Hodges S.J. e.a. The association of age of toilet training and dysfunctional voiding. Research and Reports in Urology, 2014. PMID 25328866.