In het kort

  • Een voorkeurshouding ontstaat meestal in de eerste drie tot vier maanden en gaat vaak vanzelf over.
  • Vroeg bijsturen werkt beter dan afwachten: het patroon is dan nog soepel.
  • Onderaan staan vijf signalen waarbij je best contact opneemt, en vijf dingen die je thuis zelf kan doen.

Bijna elke ouder merkt het wel eens: je baby ligt in bed en het hoofdje draait telkens naar dezelfde kant. Vaak gaat dat vanzelf over. Soms gaat het om een voorkeurshouding, en dan loont het om er vroeg naar te kijken. Hoe jonger je baby is, hoe soepeler het patroon nog bij te sturen valt.

Wat is een voorkeurshouding?

We spreken van een voorkeurshouding wanneer je baby het hoofdje spontaan bijna altijd naar dezelfde kant draait en de andere kant duidelijk minder gebruikt. Dat ontstaat meestal in de eerste drie tot vier levensmaanden, wanneer de nekcontrole nog volop in ontwikkeling is. De houding op zich is geen aandoening, maar wel een patroon dat zichzelf kan versterken: wat je baby weinig oefent, wordt ook niet sterker.

Het komt vaker voor dan ouders denken. In een Nederlands onderzoek bij 380 baby’s had ongeveer één op de vijf op de leeftijd van zeven weken een vorm van afplatting van het hoofdje.

Waarom er een plat plekje kan ontstaan

De schedel van een baby is nog vervormbaar. Rust het hoofdje maandenlang op dezelfde plek, dan kan daar afvlakking ontstaan: plagiocefalie.

Lijntekening van twee babyhoofdjes: links een symmetrische houding, rechts een voorkeurshouding met het hoofdje naar één kant gedraaid
Links een symmetrische houding, rechts een voorkeurshouding. Het verschil zie je het best als je baby ontspannen op de rug ligt.

Belangrijk om te weten: de schedelvorm drukt niet op de hersenen en veroorzaakt geen hersenschade. Onderzoekers zien wel dat baby’s met een uitgesproken afplatting gemiddeld iets trager motorisch scoren. De afplatting wordt daarbij steeds vaker beschouwd als een merker van weinig gevarieerd bewegen, en niet als de oorzaak van die vertraging.

En blijf je baby gewoon op de rug te slapen leggen. Dat advies blijft onverkort gelden, want het is de belangrijkste maatregel tegen wiegendood. De variatie zoek je overdag, tijdens de wakkere momenten.

Wanneer je best contact opneemt

Bij een aangeboren torticollis is de timing bepalend. Internationale richtlijnen zijn daar eensluidend over: begeleiding die start vóór de leeftijd van drie maanden vraagt doorgaans veel minder behandeltijd dan een traject dat pas na zes maanden begint.

Wat je zelf al kan doen

Baby tekening ligt op de buik op een speelmat tijdens een buikligtussendoortje
Kort en vaak werkt beter dan lang en zelden. Altijd wakker en onder toezicht.

Vindt je baby buikligging moeilijk? Dan kijk ik graag mee en geef ik concrete tips die passen bij jullie dagindeling.

Helpt kinesitherapie echt?

Ja, en dat is onderzocht. In een Nederlandse gerandomiseerde studie kregen baby’s met een voorkeurshouding ofwel een begeleidingsprogramma van vier maanden bij een pediatrisch kinesitherapeut, ofwel de gebruikelijke zorg. In de begeleide groep lag het risico op ernstige afplatting 46% lager op de leeftijd van zes maanden en 57% lager op twaalf maanden. Bij geen enkele baby uit die groep was er bij de nacontrole nog een voorkeurshouding.

46%

minder kans op ernstige afplatting op zes maanden

57%

minder kans op twaalf maanden

En dat helmpje?

Een corrigerend helmpje is zelden de eerste stap. In een Nederlandse gerandomiseerde studie bij baby’s van vijf tot zes maanden met matige tot ernstige afplatting gaf zes maanden helmtherapie geen beter resultaat dan het natuurlijke verloop, terwijl alle ouders bijwerkingen rapporteerden.

Wordt de voorkeurshouding aangepakt, dan is dat natuurlijke verloop meestal gunstig. In een Nederlands cohort dat kinderen tot vijf jaar volgde, lag de schedelvorm op die leeftijd bij 80% binnen de normale waarden, bij 19% binnen het milde bereik, en bij 1% daarbuiten.

Samen kijken naar de bewegingen van je baby

Als pediatrisch kinesitherapeut bekijk ik samen met jullie hoe je baby beweegt: hoe het hoofdje draait, hoe symmetrisch armen en benen worden gebruikt, en hoe de motorische ontwikkeling verloopt. Daaruit volgt advies en een reeks oefeningen op maat, die je thuis in de dagelijkse routine kan inpassen. Wat dat precies inhoudt, lees je op de pagina over pediatrische kinesitherapie.

Twijfel je over de houding van je baby, of heb je andere vragen over de motorische ontwikkeling? Bespreek het met je huisarts of pediater. Pediatrische kinesitherapie start op voorschrift, en je arts kijkt eerst of er niets anders speelt.

Wil je eerst even overleggen?

Bel de praktijk op 015 63 88 63 en vraag naar Laura, of stuur een bericht via [email protected]. Dan bekijken we samen of pediatrische kinesitherapie hier het juiste antwoord is. Blijkt een collega met andere expertise beter geplaatst, dan verwijzen we je gericht door.

Laura Vuylsteke, pediatrisch kinesitherapeut bij Kine 2Care

Laura Vuylsteke

Pediatrisch kinesitherapeut bij Kine 2Care. Master revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, afstudeerrichting pediatrie, KU Leuven, met een postgraduaat pediatrische revalidatie bij neurologische aandoeningen. Zij schrijft de adviesartikels over de ontwikkeling van baby’s op deze blog.

Bronnen

  • van Vlimmeren L.A. e.a. Risk factors for deformational plagiocephaly at birth and at 7 weeks of age: a prospective cohort study. Pediatrics, 2007. PMID 17272603.
  • van Vlimmeren L.A. e.a. Effect of pediatric physical therapy on deformational plagiocephaly in children with positional preference: a randomized controlled trial. Arch Pediatr Adolesc Med, 2008. PMID 18678802.
  • Kaplan S.L. e.a. Physical Therapy Management of Congenital Muscular Torticollis: Clinical Practice Guideline. Pediatric Physical Therapy, 2018.
  • van Wijk R.M. e.a. Helmet therapy in infants with positional skull deformation: randomised controlled trial. BMJ, 2014. PMID 24784879.
  • van Wijk R.M. e.a. The course of skull deformation from birth to 5 years of age: a prospective cohort study. European Journal of Pediatrics, 2017. PMID 27815732.